Thema:

Fort 4: Geschiedenis

1830 Belgische neutraliteit - ontstaan idee Nationaal Reduit
Na de Belgische omwenteling van 1830 kreeg België een neutraal statuut opgelegd. De onafhankelijkheid werd gewaarborgd door de toenmalige grote mogendheden: Frankrijk, Groot-Brittannië, Pruisen, Oostenrijk en Rusland. Indien België zou worden aangevallen, moesten de Belgische strijdkrachten zelf lang genoeg weerstand kunnen bieden om de vermelde grote mogendheden de tijd te geven een politieke of militaire oplossing te zoeken.
Rond het midden van de 19de eeuw ontstond het idee van een "Nationaal Reduit": één grote sterke vesting waarin regering en veldleger zich bij een vijandelijke overmacht zouden kunnen terugtrekken. Om politieke, economische en militaire redenen bleek de Vesting Antwerpen het best geschikt als Nationaal Reduit. In 1859 werd het plan goedgekeurd.
Om militaire redenen moesten de nieuwe vestingwerken wel op een veel grotere afstand van de stad komen dan de oude stadsomwalling uit 1542. Deze oude - zogenaamde Spaanse Omwalling - werd afgebroken.
 

1859 ontwerp Nationaal Reduit
Het Nationaal Reduit zou beschermd worden door:
- de Grote Omwalling: deze vertrok aan het nieuw gebouwde Noordkasteel en sloot in het zuiden aan op de bestaande Citadel van de Spaanse Omwalling. De Grote Omwalling werd in de jaren 60 afgebroken om plaats te maken voor de ring (R1) rond Antwerpen.
- de Fortengordel: enkele kilometer voor de Grote Omwalling werd een Fortengordel gebouwd, bestaande uit acht forten: Fort 1 tot 8. Tussen deze Fortengordel en de Grote Omwalling bevond zich het Verschanst Kamp waarin het Belgische veldleger veilig kon bivakkeren. De Fortengordel moest een vijandelijk bombardement van de stad onmogelijk maken. Deze forten liggen ongeveer allemaal 2.000m van elkaar.
- de Inundeerbare gebieden: de polders in het noorden en het zuiden van de stad, evenals deze op de linker Scheldeoever konden onder water worden gezet (geïnundeerd). Ook de Schijnvallei in Merksem en Deurne was inundeerbaar.
 
1860 bouw van Vesting Antwerpen en Fort4
De ontwerper van het Nationaal Reduit was de legerofficier Henri-Alexis Brialmont.
De bouw werd een reusachtige onderneming: 13 miljoen m³ aarde moest worden verplaatst en 1 miljoen m³ baksteen worden gemetseld. De kosten werden geraamd op 35 à 40 miljoen goudfrank; dit bedrag zou echter oplopen tot 54 miljoen.
De werken werden toegewezen aan de "Compagnie générale de Matériel des Chemins de Fer" uit Brussel. De kostprijs van FORT4 bedroeg ongeveer 2,7 miljoen goudfrank. Voor dit Fort werden er ongeveer 35 ha grond onteigend, meestal akkerland, weiland en bos, maar ook enkele gebouwen. De werken aan FORT4 startten rond 20 april 1860. Kapitein Cocheteux oefende er het toezicht uit. In 1865 waren de meeste werken beëindigd.
 
1870 - 1914 ontstaan Buitenlinie - uitbreiding Nationaal Reduit
De ontwikkeling van de artillerie in de tweede helft van de 19de eeuw liet de nieuwe versterkingen snel "verouderen": getrokken lopen en achterladers voerden de reikwijdte op tot 5000m. Hierdoor kwam de Fortengordel (Fort 1 tot 8) na 1870 te dicht bij de stad te liggen om de Antwerpse agglomeratie nog tegen een bombardement te kunnen beschermen.
Tussen 1870 en 1906 worden er geleidelijk aan meer forten gebouwd op een grotere afstand van Antwerpen. Lier, Walem, Steendorp, Duffel, Kapellen, Schoten, Oorderen, Berendrecht, Stabroek en St. Katelijne Waver. Samen met nog een reeks andere forten vormen zij de Buitenlinie. In 1885 wordt de brisantgranaat geïntroduceerd. Dit projectiel was met de zeer krachtige brisantspringlading gevuld i.p.v. met het veel zwakkere buskruit. De uitrusting van de forten moest hierdoor ingrijpend worden aangepast, o.a. door het plaatsen van pantserkoepels en door het bestaande metselwerk te verstevigen met beton.
 
1914 de eerste wereldoorlog
Op 4 augustus 1914 vielen vier Duitse legers het land binnen. Het Belgisch veldleger stond opgesteld achter de Gete (Limburg) en trok zich na een succesvol defensief gevecht te Halen, op 20 augustus 1914 terug in het Nationaal Reduit. De prioriteit van de Duitsers was een snelle inval in Frankrijk vanuit België en ze rukten daarom op tot aan de Marne. Op 25-26 augustus en op 8-13 september deed het Belgisch veldleger enkele uitvallen uit de Vesting Antwerpen om de bevoorrading van de Duitse troepen te onderscheppen en om de Duitsters te verplichten meer troepen in te zetten rond het Nationaal Reduit.
Op 27 september besloten de Duitsers de Vesting Antwerpen aan te vallen. In twee à drie dagen tijd vernielde de Duitse artillerie (met kalibers tot 30 en zelfs 42cm) alle forten en schansen in de sector Walem-Lier zodat Koning Albert I zich op 2 oktober met het veldleger achter de Nete moest terugtrekken. Toen de Duitsers vervolgens het Waasland bedreigden, waardoor Antwerpen zou worden omsingeld, besloot Koning Albert I het Nationaal Reduit op te geven en zich met het veldleger naar de kust terug te trekken.
 
1914 de verdediging van Fort4
Op 6 oktober kwam de Veiligheidsomwalling (de oude Fortengordel van 1859 - 1865) in eerste linie te liggen, en dus ook Fort 4. Noch de betonconstructies, noch de pantserkoepels waren bestand tegen de zware artillerie waarover de Duitsers in 1914 beschikten. Op 8 oktober, op het middaguur, begon het bombardement van de Forten 3, 4 en 5 en van de intervals tussen de Forten. Een batterij, opgesteld op het terreplein van FORT4 kreeg hierbij een voltreffer. Dit veroorzaakte paniek in dit Fort zodat het garnizoen ervan op de vlucht sloeg om zich veiliger achter het Fort op te stellen.  De verdediging van FORT4 werd echter overgenomen door de Britten. In de namiddag van 8 oktober besloot de commandant van Vesting Antwerpen de rechter Schedeoever tijdens de nacht van 8 op 9 oktober te ontruimen. FORT4 werd bij nacht eveneens verlaten en de troepen staken vervolgens ook de Schelde over. Aan zijn lot overgelaten moest Antwerpen op 9 oktober 1914 de rechter Scheldeoever opgeven om op 10 oktober te capituleren. Een weinig roemrijk einde voor ons Nationaal Reduit.
 
1924 Fort4 wordt geschrapt als verdedigingswerk
Tijdens de eerste wereldoorlog was duidelijk gebleken dat de Forten van de Fortengordel niet opgewassen waren voor de taak waartoe ze oorspronkelijk gebouwd waren, namelijk Antwerpen beschermen voor een bombardement. FORT4 deed echter nog steeds dienst als kazerne.
In 1924 werden de verdedigingswerken van de Veiligheidsomwalling - en dus ook FORT4 - definitief als vestingwerken geschrapt. Hierbij verdwenen ook de zo verfoeide krijgsdienstbaarheden. Tot die periode mochten immers enkel houten huizen gebouwd worden binnen een straal van 585 meter rond het Fort.
Met de schrapping als verdedigingswerk was de periode van de houten woonhuizen definitief voorbij en kon Mortsel zich ook naar het zuiden uitbreiden. In de Lindelei staan nu nog de twee laatste houten huizen, gebouwd tijdens de periode van de krijgsdienstbaarheden.
 
1940 de tweede wereldoorlog
De Duitse bezetters gebruikten het Fort als depot. Spionageverslagen uit 1943 hebben het over de opslag van vliegtuigbommen en Flak-munitie. Er werd een aantal stenen loodsen opgetrokken en op de wallen van het Fort werden er veldversterkingen gebouwd. Eind 1943 besloten de Duitsers de toen bestaande agglomeratie te omringen met een antitankgracht, door de Antwerpenaren "den Dnjepr" genoemd, door de fortgrachten met mekaar te verbinden.  Door de dichte bebouwing van Mortsel werd het tracé aldaar echter veel meer naar het zuiden voorzien en zou tenslotte ook niet voltooid worden. Bij het bombardement van 5 april 1943 van Mortsel vielen er ook enkele bommen op Fort 4 en na de bevrijding van Antwerpen werd het Fort ook nog 2 keer getroffen door een V-bom. De bomtrechter met de ingestorte gewelven in het Hoofdfrontgebouw is hiervan het gevolg. Van slachtoffers werd er evenwel geen melding gemaakt.
 
1945 de historiek van het "99 Bataljon Logistiek"
De eenheid werd opgericht aan het einde van de tweede wereldoorlog, oktober 1944, als "Dépôt de Ravitaillement et de l'Intendance" en werd ondergebracht in een complex van gebouwen in Etterbeek.
In december 1945 werd de splitsing uitgevoerd en het deel "Legerdepot voor Materieel en uitrusting" verhuisde naar de fortengordel van Antwerpen (forten 3, 7 en 8). In mei 1946 werd fort 5 (Edegem) en in september 1947 fort 4 (Mortsel) bijkomend als opslagruimte in gebruik genomen en de twee forten samen vormden het "Basis Ordonnance depot". In 1952 werd het gedeelte transmissiematerieel vanuit fort 5 verhuisd naar Sijsele. In november 1971 wijzigde de benaming van de eenheid in "Depot Mortsel".

Op 30 augustus 2000 wordt het fort in Mortsel definitief verlaten met een plechtige sleuteloverhandiging. Stad Mortsel wordt de nieuwe eigenaar van fort 4. Het stadsbestuur van Mortsel wenste in de eerste plaats dit gebied terug te geven aan de inwoners. Ze wil dit doen met het behoud en waar mogelijk en nodig het herstel van het historisch erfgoed. Ook het groene karakter moest bewaard blijven: een parkgebied waarvan iedere bezoeker volop kan genieten.